Vier kapen, één set banden — Deel 2: Noordkaap
Kun je alle vier de uiterste hoeken van het Europese vasteland halen op één set banden?
Wij gaan ervoor met de Bridgestone Battlax T33’s, gemonteerd op een Kawasaki Versys 1100. Klaargemaakt voor meer dan 13,000 km.
In de vorige aflevering van deze vierdelige reeks vertelden we hoe we tot het oostelijkste punt van Finland reden. Daarna ging het — bibberend — verder naar het noorden. Dit is deel twee.

Van de Oostkaap naar de iconische Noordkaap
Een echte motoravontuurtocht door Lapland, langs eindeloze meren, bevroren fjorden en kronkelende wegen. Voeg daar ijs, sneeuw en af en toe een dwalende rendier aan toe. Ho-ho-ho… amai. Tijd om de veelzijdigheid van de T33’s, de Versys 1100 en onze man te testen.

Lapland: ijs en stilte
Vanuit Ilomantsi trokken we noordwaarts, recht Lapland in. De wegen slingerden door een landschap vol meren en plassen. Op een verlaten parking vonden we even absolute stilte. Verwarmde toiletten midden in de Finse wildernis — typisch Scandinavisch en een zegen voor onze bevroren billen.
We durfden het ijs van het meer op te stappen. Het voelde stevig aan, ook al stond het water slechts 10 meter verderop wagenwijd open. Nog een herinnering dat voorzichtigheid – en vertrouwen in je uitrusting – essentieel zijn. Ook onderweg was waakzaamheid essentieel. Toch... Bridgestones leverden indrukwekkende grip in de vrieskou. En toen dat niet lukte, stond de elektronica van Kawasaki ons bij. De combinatie van band en motor bleek goud waard in deze veeleisende omstandigheden.

Van Finland naar Noorwegen: kou en bergen
Maar alles heeft grenzen — niet alleen landen, ook omstandigheden en grip. De route naar Karasjok, nabij de Noorse grens, bracht ons midden in de sneeuw. Niet in centimeters, maar in meters. Gelukkig lag het meeste opgehoopt langs de weg. Het asfalt zelf bleef droog en verrassend berijdbaar, dankzij nauwgezet onderhoud en een ruw wegdek.
Scandinavische wegen zijn veel grover dan bij ons — bijna schuurpapier. Dat geeft topgrip, maar is funest voor de levensduur van je banden. Niet ideaal voor de kilometers die de T33’s nog te gaan hadden, maar het gaf ons wel vertrouwen in deze brute omstandigheden. In die flow besloten we spontaan door te rijden tot Oldefjord, het startpunt van de E69 naar de Noordkaap.
Helaas waarschuwde een bord dat de weg afgesloten was. Een buschauffeur bevestigde het: “Het bord heeft altijd gelijk.” Maar met een knipoog voegde hij eraan toe: “Kijk maar hoever je geraakt.” Precies de uitdaging die we nodig hadden. Met onze bevroren neuzen naar het noorden draaiden we aan het gashendel van de Versys 1100 en gingen we ervoor.

Poging één: vast in de sneeuw
In het begin was de E69 een droom — prachtig langs de fjorden. We begonnen zelfs te twijfelen aan het bord “weg afgesloten”. Maar op zo’n 6 km van de Kaap hield een besneeuwde helling ons tegen. De T33’s boden nog verrassend veel grip, maar sneeuw wint het van bravoure. Terugkeren en overnachten in het laatste dorp was de enige optie. Even herpakken. 4,500 km rijden om 6 km tekort te komen? Geen denken aan.

Poging twee: vastberadenheid brengt ons boven
De volgende ochtend stonden we vroeg op. Deze keer parkeerden we de motor voor het lastige stuk en verkenden we de omgeving met de camper, bestuurd door onze fotograaf. Een slimme zet. We passeerden het punt waar we vast kwamen te zitten en zagen een sneeuwschuiver het laatste stuk sneeuwvrij maken. Eindelijk was de Noordkaap binnen handbereik. Met wat geduld mochten we erdoorheen – maar het laatste stuk moesten we nog wel lopen.

Noordkaap: gelukt!
Glijdend op de Versys, ploeterend te voet door de sneeuw — de Noordkaap halen was het waard. Het was er bijna leeg. Een bijtende wind poederde alles wit. De Versys en de T33’s brachten ons hier veilig; knap gezien de omstandigheden.
In het bezoekerscentrum ontdooiden we met koffie en slenterden we door het museum. Even later kwamen er vijf toerbussen aan — tijd om te vertrekken. Voor er een toeristenallergie kon opflakkeren, zaten we alweer in het zadel, richting Alta.
E6 en Lofoten: motordromen
De dag erna wachtte de E6 — een slingerend lint langs fjorden, vissersdorpen en rode houten huizen. Pure motorvreugde. We reden eerst verder dan gepland, maar halverwege een klim sloeg het weer plots en hard om. Een hevige sneeuwstorm kletterde over ons neer, als een diepvriesdeur vol in het gezicht. Zicht: minder dan 10 meter.
Koel blijven was niet moeilijk — het was koud genoeg om de bouten uit een brug te vriezen. Toch bleven we rustig. Bjerkvik halen voelde als een kleine overwinning.

Lofoten: vier seizoenen op één dag
Tegen de ochtend lag er 10 cm sneeuw op de fiets, maar de wegen waren kurkdroog. De T33's konden hun allroundcapaciteiten tonen op de E10 door de Lofoten. Adembenemende uitzichten, tunnels, zonneschijn, sneeuw, regen, mist – het gebeurde allemaal op één dag.
We overnachtten aan de veerterminal van Moskenes. Niet de mooiste plek, wel strategisch ideaal. We liepen voor op schema, dus trakteerden we onszelf op een bonusommetje. De dag erna reden we via Ramberg Beach, waar drie surfers de ijskoude golven trotseerden. Wij hielden het bij hete koffie en zettten koers naar Bodø.
Zweden en Denemarken
Vanuit Bodø schoten we snel Zweden in. Door Jonkerdal reden we tussen sneeuwmuren tot 3 meter hoog. De temperatuur dook opnieuw naar -5 °C, en hoewel de kou hard beet, bleven de T33’s gewoon hun werk doen.
Richting Gävle reden we op perfect asfalt… tot we plots 25 km gravel kregen. Een echte test, die de T33’s glansrijk aflegden. Ook de Versys 1100 verraste. De gasrespons, de balans… wonderlijk hoe ze het offroad-werk veel beter verteerde dan verwacht — zeker gezien haar gewicht en wielen die er niet voor gemaakt zijn. We hadden de 1000cc-versie vorig jaar tijdens onze Dakar-trip al zoiets zien doen — de 1100 kan het blijkbaar net zo goed.
Via Malmö, waar we een magische zonsondergang boven Kopenhagen meepikten, gingen we over de tolbrug Denemarken in en cruiseten we richting Esbjerg.

Zuidwaarts!
Een snelle stadsstop in Hamburg rondde het noordelijke hoofdstuk van dit avontuur af. Van daaruit reden we terug naar België. Bij aankomst stond er bijna 9,000 km op de teller.
De Bridgestone Battlax T33’s lieten slijtage zien, maar we hadden er vertrouwen in dat ze die extra 4,000+ km wel zouden aankunnen om de zuidelijke en westelijke uiteinden van Europa te halen.
In deel 3 zetten we dat op de proef. Warmer weer lonkt richting Tarifa, onder gunstige sterren — maar ook onder donkere wolken. Spoiler: in Frankrijk bleven we niet droog.
Binnenkort meer!








